Go, went, gone
Op het wiel staan Engelse werkwoorden, elk met de vorm waarnaar wordt gevraagd. Druk op DRAAI! en kies de juiste vorm uit vier opties:
De 53 meest gebruikte onregelmatige werkwoorden – de werkwoorden die in elk leerboek als eerste aan bod komen. De foute antwoorden zijn echte vormen van andere werkwoorden, dus raden op basis van hoe een woord eruitziet helpt niet.
Je score
Score, Op rij en Beste reeks blijven naast het wiel staan. Met Opnieuw beginnen zet je de score weer op nul:
Verleden tijd, daarna voltooid deelwoord
Het wiel begint met de verleden tijd: went, saw, wrote. Zet het voltooid deelwoord aan voor gone, seen, written – de vorm die volgt op have – of speel met beide tegelijk:
Handige patronen
- Sommige veranderen nooit: put, put, put en cut, cut, cut.
- Sommige veranderen maar รฉรฉn keer: buy, bought, bought en teach, taught, taught.
- Veel voltooid deelwoorden eindigen op -n: take, took, taken; write, wrote, written.
- Een paar volgen het patroon i, a, u: sing, sang, sung; drink, drank, drunk; swim, swam, swum.
Zo leer je ze
- Begin met รฉรฉn groep.
- Open Opties en vink Haal de werkwoorden die ik goed heb van het wiel aan.
- Draai tot het wiel leeg is – wat er op het einde overblijft, zijn de werkwoorden die je nog niet kent.
- Zeg telkens de drie vormen hardop – go, went, gone.
